De pensioensector is enorm in beweging. Veel pensioenfondsen maken moeilijke tijden door, vooral vanwege de al lange tijd extreem lage rente. Ook de ontwikkelingen op de internationale effectenbeurzen zijn de laatste tijd niet gunstig. In de afgelopen jaren zijn er diverse wetswijzigingen geweest en er gaat nog veel veranderen. De regering komt in 2016 met haar plannen voor een vernieuwing van het Nederlandse pensioenstelsel. Wat betekenen al die ontwikkelingen voor SPUN en haar deelnemers? Het bestuur heeft een speciale werkgroep opgericht die zich daar mee bezig houdt.

 

Portrait of successful senior businessman looking through binoculars on sky background

SPUN heeft waarde bewezen
In zijn presentatie tijdens de recente Broodje Pensioen Info bijeenkomst sprak SPUN voorzitter Dick Vis over die toekomstverkenning. “SPUN heeft het relatief goed gedaan, maar het zijn zware tijden voor pensioenfondsen”, zei hij. “Ons pensioenfonds heeft zijn waarde bewezen, maar dat wil niet zeggen dat dit over vijf jaar nog steeds het geval is. Daarom moeten we goed kijken naar wat er om ons heen gebeurt. Blijft ons eigen pensioenfonds de beste mogelijkheden bieden om onze deelnemers een goed en veilig pensioen te bieden of zijn er misschien andere wegen die dan kansrijker zijn? Er komen nieuwe typen aanbieders zoals het Algemeen Pensioenfonds. Daarin kunnen meerdere pensioenfondsen samenwerken. Door die samenwerking kunnen ze kostenvoordelen behalen en deel je bestuursverantwoordelijkheid. De invloed neemt dan wel af. We moeten alle mogelijkheden onderzoeken. Uiteindelijk dient daarbij het belang van onze deelnemers bovenaan te staan. Het bestuur van SPUN is zich daarvan terdege bewust.”

Klein fonds
Dick schetste hoe het aantal pensioenfondsen in Nederland drastisch is afgenomen. “Tien jaar geleden waren er nog rond de 1.000, nu nog minder dan 350.” Een van de deelnemers in de zaal vroeg waar die fondsen allemaal gebleven waren. Dick antwoordde dat sommige ondernemingspensioenfondsen zich hebben aangesloten bij bedrijfstakpensioenfondsen. Anderen zijn gestopt en hebben de opgebouwde pensioenen ondergebracht bij verzekeraars. Een andere deelnemer vroeg wat de plaats van SPUN is in de Nederlandse pensioenmarkt. “We zijn een klein fonds”, antwoordde Dick. Wij hebben een vermogen en verplichtingen van circa 425 miljoen euro. Natuurlijk is dat heel veel geld, maar in de Nederlandse markt behoor je met een vermogen van onder de 5 miljard tot de kleinere fondsen. Bij een vermogen tot 30 miljard hoor je tot de middelgrote fondsen en daarboven hebben we een aantal hele grote fondsen.”

Kosten per deelnemer nemen toe
Dick vertelde dat SPUN niet alleen te maken heeft met de algemene economische ontwikkelingen zoals de lage rente en beurskoersen en met de nationale pensioendiscussie. Er zijn ook interne factoren die een rol spelen. “Bij ETNL is het aantal medewerkers in de afgelopen jaren fors ingekrompen. Dat heeft ook gevolgen voor het pensioenfonds. Er komt minder premie binnen en de kosten van het fonds moeten nu gedragen worden door minder deelnemers waardoor de kosten per actieve deelnemer toenemen. De sociale partners – dat zijn de werkgevers en de werknemers – bepalen uiteindelijk de inhoud van de pensioenregeling, wat die mag kosten en door wie ze de regeling willen laten uitvoeren. Nu is dat SPUN en zoals ik zei heeft SPUN haar waarde bewezen. Maar we moeten onze ogen open houden voor wat in de toekomst het best voor onze deelnemers is.” Dick zegde toe de deelnemers op de hoogte te houden van de bevindingen van de werkgroep die de toekomstverkenning uitvoert.

Klik hier om naar het volgende artikel van deze SPUN Info te gaan.