Pensioen 123 (Laag 2)

//Pensioen 123 (Laag 2)
Pensioen 123 (Laag 2)2018-02-12T16:57:45+00:00

  Terug naar laag 1

logo_laag2_groen
Hoe is jouw pensioen geregeld?

Wat krijg je in onze pensioenregeling?

Je neemt deel aan de pensioenregeling van URENCO en ETNL en daarom bouw je ouderdomspensioen op bij Stichting Pensioenfonds Urenco Nederland (SPUN). Dat ouderdomspensioen ontvang je als 68 jaar wordt. Je ouderdomspensioen is een aanvulling op de AOW. De AOW is het pensioen dat je van de overheid ontvangt als je de AOW-leeftijd bereikt. Meer informatie over de AOW vind je op www.svb.nl.

Hoeveel pensioen je straks ontvangt van SPUN is vooral afhankelijk van de hoogte van het salaris dat je hebt verdiend, de inhoud van de pensioenregeling waaraan je deelneemt en het aantal jaren dat je deelneemt. Het ouderdomspensioen wordt vanaf je 68ste jaar maandelijks uitbetaald, zolang je leeft. De hoogte van het verwachte ouderdomspensioen staat op je Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

De pensioenregeling waaraan je deelneemt is een uitkeringsovereenkomst. Elk jaar bouw je pensioen op over een deel van je brutoloon dat je in dat jaar hebt verdiend. Het bruto jaarsalaris dat voor de pensioenberekening meetelt, is 12 x het maandsalaris, de vakantieuitkering, de eindejaaruitkering en de ploegentoeslag. Andere vergoedingen tellen niet mee voor je pensioenopbouw. Als je meer verdient dan € 105.075 per jaar, telt je inkomen boven die grens niet meer voor je pensioenopbouw.

Je bouwt niet over je hele loon pensioen op. SPUN houdt namelijk al rekening met de AOW, die je van de overheid ontvangt als je de AOW-leeftijd bereikt. Het deel van je loon waarover je geen pensioen opbouwt, heet franchise. Die franchise wordt elk jaar vastgesteld. Voor 2018 is dit € 14.704. Het bedrag dat overblijft als we de franchise aftrekken van je bruto jaarsalaris noemen we de pensioengrondslag. Over die pensioengrondslag bouw je jaarlijks 1,875% aan pensioen op.

Voorbeeld
Laten we dit verduidelijken met een voorbeeld.
Stel: je bruto jaarsalaris is € 40.000.
Je pensioengrondslag is dan € 40.000 – € 14.704 (de franchise) = € 25.296
Je bouwt in dat betreffende jaar 1,875% pensioen op over € 25.296= € 474,30
Het ouderdomspensioen dat je bij pensionering ontvangt, is een optelsom van wat je in al je dienstjaren opbouwt plus de eventuele indexatie.

Pensioen en deeltijd
Als je in deeltijd werkt, is je pensioenopbouw gekoppeld aan je deeltijdpercentage. Als je bijvoorbeeld 60% van een volledig dienstverband werkt, is je pensioenopbouw ook 60% van wat je bij een volledig dienstverband zou opbouwen.

De precieze regels over de inhoud van je pensioenregeling vind je in het pensioenreglement.

Als je komt te overlijden heeft je partner recht op een partnerpensioen. Bij SPUN bouw je dat partnerpensioen op door de premies die je werkgever en jij betalen.

Als je overlijdt terwijl je nog in dienst bent bij URENCO of ETNL, krijgt je partner levenslang een partnerpensioen dat is gebaseerd op het ouderdomspensioen dat je zou krijgen als je tot je pensionering bij SPUN pensioen zou opbouwen.

Als je overlijdt voor je pensioenrichtleeftijd maar op dat moment niet meer in dienst bent van Urenco of ETNL en niet je opgebouwde pensioen hebt meegenomen naar je nieuwe werkgever (zie waardeoverdracht), ontvangt je partner een levenslang partnerpensioen dat is gebaseerd op de hoogte van het tot het eind van je dienstverband opgebouwde ouderdomspensioen.

Als je overlijdt na je pensionering ontvangt je partner een levenslang ouderdomspensioen dat is gebaseerd op de hoogte van het tot het eind van je dienstverband opgebouwde ouderdomspensioen.

Tijdelijk aanvullend partnerpensioen
Als je overlijdt terwijl je nog bij URENCO of ETNL in dienst bent, ontvangt je partner ook nog een tijdelijk aanvullend partnerpensioen van 30% van het levenslang partnerpensioen. Je partner ontvangt dit tijdelijk partnerpensioen totdat hij of zij de AOW-leeftijd bereikt, waarbij een maximum geldt van 68 jaar.  Voor de financiering van het tijdelijk aanvullend ouderdomspensioen heeft SPUN een verzekering afgesloten.

Mogelijke ANW-uitkering
Als je overlijdt, heeft je partner misschien recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid: de ANW-regeling. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Je partner moet dan geboren zijn vóór 1950 of een of meer minderjarige kinderen te verzorgen hebben of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. Meer informatie hierover kun je vinden op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) www.svb.nl

De hoogte van het verwachte partnerpensioen staat vermeld op je Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Alle details over het partnerpensioen kun je vinden in het pensioenreglement.

Als deelnemer van SPUN is er voor je kinderen een wezenpensioen geregeld. Het wezenpensioen wordt aan je minderjarige kinderen uitbetaald als je overlijdt.

Als je overlijdt terwijl je nog bij URENCO of ETNL in dienst bent, ontvangen je kinderen per kind een wezenpensioen dat is gebaseerd op het ouderdomspensioen dat je zou ontvangen als je tot je pensionering bij SPUN pensioen zou opbouwen. Je kinderen ontvangen wezenpensioen tot ze de leeftijd van 21 jaar bereiken. Zolang ze naar school gaan of studeren ontvangen ze het wezenpensioen tot de leeftijd van 27 jaar. Het wezenpensioen geldt voor maximaal vijf kinderen. Als er meer kinderen zijn, dient het wezenpensioen voor vijf kinderen gelijk te worden verdeeld over alle kinderen. Het wezenpensioen wordt verdubbeld als beide ouders zijn overleden.

Als je overlijdt voor je pensioenrichtleeftijd maar op dat moment niet meer in dienst bent van Urenco of ETNL en niet je opgebouwde pensioen hebt meegenomen naar je nieuwe werkgever, ontvangen je minderjarige kinderen een wezenpensioen dat gebaseerd is op de hoogte van het ouderdomspensioen dat je tot het eind van je dienstverband hebt opgebouwd.

Als je overlijdt na je pensionering en je op dat moment nog minderjarige kinderen hebt, ontvangen zij een wezenpensioen dat gebaseerd is op de hoogte van het tot het eind van je dienstverband opgebouwde ouderdomspensioen.

De hoogte van het wezenpensioen staat vermeld op je Uniform Pensioenoverzicht (UPO).
De precieze regels over het wezenpensioen vind je in het pensioenreglement.

Arbeidsongeschiktheidspensioen

Als je langer dan twee jaar voor meer dan 35% arbeidsongeschikt bent, heb je bij SPUN recht op een arbeidsongeschiktheidspensioen als aanvulling op je WIA uitkering. Ook wordt je pensioenopbouw premievrij voortgezet voor het gedeelte dan je niet meer kunt werken.

Je hebt recht op het arbeidsongeschiktheidspensioen van SPUN vanaf het moment dat je WIA-uitkering ingaat. Het arbeidsongeschiktheidspensioen wordt uitbetaald tot het moment waarop je 68 jaar wordt of eerder als je weer volledig arbeidsgeschikt zou worden of zou overlijden.
Voor de hoogte van het arbeidsongeschiktheidspensioen is de WIA-loongrens bepalend. Die is voor 2018 een inkomen van € 54.617 per jaar.
Het arbeidsongeschiktheidspensioen bedraagt bij ingang van de uitkering bij volledige arbeidsongeschiktheid:
– bij een jaarsalaris dat lager is dan of gelijk is aan de WIA-loongrens: 10% van het jaarsalaris;
– bij een jaarsalaris dat hoger is dan de WIA-loongrens: het totaal van 10% van de WIA-loongrens plus 80% van het gedeelte van het jaarsalaris dat meer bedraagt dan de WIA-loongrens.

Als je gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent, is de uitkering van het arbeidsongeschiktheidspensioen afhankelijk van het percentage van je arbeidsongeschiktheid.
Het uitkeringspercentage wordt als volgt vastgesteld:

Bij een mate van arbeids-ongeschiktheid van bedraagt het uitkeringspercentage
0 tot 35% 0%
35 tot 45% 40%
45 tot 55% 50%
55 tot 65% 60%
65 tot 80% 72,5%
80% of meer/td> 100%

Als het percentage van je arbeidsongeschiktheid wijzigt, verandert ook de uitkering van je arbeidsongeschiktheidspensioen.

Voorzetting van pensioenopbouw tijdens arbeidsongeschiktheid
Ben je volledig arbeidsongeschikt, dan bouw je nog steeds pensioen op. Je hoeft hiervoor geen premie te betalen. Ben je gedeeltelijk, maar ten minste voor 35%, arbeidsongeschikt, dan wordt de pensioenopbouw voor het gedeelte dat je niet kunt werken premievrij voortgezet. De melding van je arbeidsongeschiktheid of een wijziging daarin dient tijdig en op de voorgeschreven wijze plaats te vinden (zie hiervoor art. 20 lid 15 van het pensioenreglement).

Informatieplicht voor (gewezen) deelnemer
Als  je 46 weken en 104 weken na de eerste dag van je ziekte nog steeds arbeidsongeschikt bent, dien je als deelnemer zelf de werkgever op die momenten hiervan in kennis te stellen. Was je tijdens de eerste dag van je ziekte deelnemer van het pensioenfonds, maar inmiddels niet meer, dan dien je als gewezen deelnemer na 46 weken en 104 weken het pensioenfonds te informeren dat je nog steeds arbeidsongeschikt bent. Verder dien je als er veranderingen zijn in de mate van je arbeidsongeschiktheid de werkgever of het pensioenfonds hiervan onmiddellijk op de hoogte te stellen.

Het is belangrijk dat je de gevolgen van je arbeidsongeschiktheid voor je pensioen in kaart brengt.
Alle details over arbeidsongeschiktheid en pensioen vind je in het pensioenreglement.

Reglement

Wil je precies weten wat onze pensioenregeling je biedt? Klik door naar het pensioenreglement of  vraag het bij ons op.

Wat krijg je in onze pensioenregeling niet?


Dit onderdeel is niet van toepassing op jouw pensioenregeling. Je bouwt ouderdomspensioen op en je pensioenregeling voorziet ook in een partnerpensioen én een wezenpensioen. Ook kent je pensioenregeling een aanvulling op de wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering als je arbeidsongeschikt wordt. Bovendien hoef je dan zelf geen pensioenpremie meer te betalen terwijl je pensioenopbouw wel (gedeeltelijk) doorloopt.

Hoe bouw je pensioen op?

Drie pijlers

Het pensioenstelsel in Nederland bestaat uit drie onderdelen. De hoogte van je pensioeninkomen hangt af van wat je in elk onderdeel hebt opgebouwd.

A. De Algemene Ouderdomswet (AOW)
De AOW is het wettelijke pensioen van de overheid. Je bouwt in 50 jaar AOW op. Je bouwt alleen AOW op als je in Nederland woont en/of werkt. Op welke leeftijd je AOW krijgt, hangt af van je geboortedatum. De AOW-leeftijd stijgt namelijk de komende jaren. Ook de hoogte van de AOW is niet voor iedereen gelijk. Kijk voor de bedragen en voor verdere informatie over de AOW op de website van de Sociale Verzekeringsbank www.svb.nl.
Let op: heb je niet altijd in Nederland gewoond of gewerkt? Dan kan je AOW lager uitvallen.

B. Het pensioen dat je via je werk opbouwt
Het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) ontvang je één keer per jaar zolang je pensioen opbouwt bij SPUN. Op het UPO staan het ouderdomspensioen dat je nu hebt opgebouwd. Op het UPO vind je ook gegevens van het partner- en wezenpensioen. Dat is pensioen voor je partner en kinderen als je overlijdt. Kijk ook op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Daar vind je een overzicht van al het pensioen dat je hebt opgebouwd in de banen die je hebt gehad. Je ziet hier ook welk pensioen je naar verwachting gaat ontvangen vanaf je pensioenrichtleeftijd. Ook je AOW staat in het totaaloverzicht opgenomen.

C. De pensioenaanvulling waar je zelf voor zorgt
Je kunt zelf een aanvulling regelen op je AOW en het pensioen dat je opbouwt via URENCO of ETNL. Dat kan bijvoorbeeld via banksparen of door een verzekering – zoals een lijfrente – af te sluiten. Of je dat nodig vindt, hangt af van je financiële en persoonlijke situatie. Een financieel adviseur kan je helpen bij het maken van keuzes. Ook kun je kijken naar de pensioenschijf van vijf op de website van het Nibud www.nibud.nl.

Middelloon

Elk jaar bouw je pensioen op over een deel van je brutoloon dat je in dat jaar hebt verdiend. Het bruto jaarsalaris dat voor de pensioenberekening meetelt, is 12 x het maandsalaris, de vakantie-uitkering, de eindejaaruitkering en de ploegentoeslag. Andere vergoedingen tellen niet mee voor je pensioenopbouw. Als je meer verdient dan € 105.075 per jaar, telt je inkomen boven die grens niet meer voor je pensioenopbouw.

Je bouwt niet over je hele loon pensioen op. SPUN houdt namelijk al rekening met de AOW, die je van de overheid ontvangt als je de AOW-leeftijd bereikt. Het deel van je loon waarover je geen pensioen opbouwt, heet franchise. Die franchise wordt elk jaar vastgesteld. Voor 2018 is dit € 14.704. Het bedrag dat overblijft als we de franchise aftrekken van je bruto jaarsalaris noemen we de pensioengrondslag. Over die pensioengrondslag bouw je jaarlijks 1,875% aan pensioen op. Dit heet een middelloonregeling.

Het totale pensioen dat je op deze manier opbouwt, is de optelsom van al die jaren plus de eventuele indexatie. Vanaf je pensioendatum ontvang je je ouderdomspensioen maandelijks zo lang je leeft.

Voor meer informatie en een rekenvoorbeeld, kijk onder ouderdomspensioen.

Opbouw

Ieder jaar bouw je pensioen op over een deel van het brutoloon dat je in dat jaar hebt verdiend. Het deel van je loon waarover je geen pensioen opbouwt, heet franchise. Die franchise wordt elk jaar vastgesteld. Voor 2018 is dit € 14.704. Het bedrag dat overblijft als we de franchise aftrekken van je bruto jaarsalaris noemen we de pensioengrondslag. Over die pensioengrondslag bouw je jaarlijks 1,875% aan pensioen op.

Voorbeeld
Laten we dit verduidelijken met een voorbeeld.
Stel: je bruto jaarsalaris is € 40.000.
Je pensioengrondslag is dan € 40.000 – € 14.704 (de franchise) = € 25.296
Je bouwt in dat betreffende jaar 1,875% pensioen op over € 25.296 = € 474,30
Het ouderdomspensioen dat je bij pensionering ontvangt, is een optelsom van wat je in al je dienstjaren opbouwt plus de eventuele indexatie.

Jij en je werkgever betalen iedere maand pensioenpremie. De totale pensioenpremie in 2018 bij URENCO en ETNL is 30,1% van de pensioengrondslag. De verdeling tussen wat de werkgever betaalt en wat de werknemer betaalt, is echter verschillend voor URENCO en ETNL.
Bij URENCO betaalt de werkgever 23,6% en de werknemer 6,5% van pensioengrondslag.
Bij ETNL betaalt de werkgever 21,8% en de werknemer 8,3% van de pensioengrondslag.

De kosten van het arbeidsongeschiktheidspensioen komen voor rekening van de werkgever.

In feite is de premie de prijs van je pensioen. Je werkgever betaalt elke maand de totale pensioenpremie aan SPUN. Je werkgever houdt maandelijks jouw deel van de pensioenpremie in op je bruto salaris. Het exacte bedrag staat op je loonstrook. De premie die de werkgever betaalt staat niet op je loonstrook.

Meer informatie over de financiering van de pensioenregeling vind je in het pensioenreglement.

Welke keuzes heb je zelf?

Waardeoverdracht

Als je van werkgever verandert en daardoor naar een andere pensioenregeling gaat, kun je ervoor kiezen om je opgebouwde pensioen mee te nemen. We noemen dat waardeoverdracht. Dat vraag je aan je bij je nieuwe pensioenuitvoerder. Laat je hier vooraf goed over informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van je huidige en van je nieuwe pensioenuitvoerder en van de inhoud van je oude en je nieuwe pensioenregeling. Als je besluit tot waardeoverdracht, geef dit dan aan bij je nieuwe pensioenuitvoerder.

Als je besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft je pensioen staan bij SPUN en wordt het vanaf je 68ste jaar aan je uitbetaald. Je betaalt geen premie meer aan SPUN en gaat verder met pensioen opbouwen in de regeling van je nieuwe werkgever.
Is je ouderdomspensioen kleiner dan € 474,11 (2017) per jaar als je uit dienst gaat? Dan kunnen wij je pensioen twee jaar later afkopen. Behalve als je het pensioen meeneemt naar een nieuwe werkgever.

Meer informatie over waardeoverdracht vind je in het pensioenreglement.

Pensioenvergelijker

De Pensioenvergelijker is een instrument om het mogelijk te maken de pensioenregeling van URENCO en ETNL te vergelijken met andere pensioenregelingen. Je ziet bijvoorbeeld wat je wel en wat je niet krijgt. Bekijk wat de verschillen zijn en wat ze voor jou betekenen. Dan kun je er voor kiezen om eventueel zelf iets te regelen. Inzicht in de verschillen is ook één van de stappen bij de keuze over waardeoverdracht: neem je je pensioen mee naar je nieuwe pensioenuitvoerder of niet? Om de vergelijking te kunnen maken heb je het Pensioen 1-2-3 en de Pensioenvergelijker van je oude en je nieuwe werkgever nodig.

Klik hier om naar de Pensioenvergelijker van SPUN te gaan.

Als je met pensioen gaat of eerder URENCO of ETNL verlaat, heb je eenmalig de keuze om een deel van je opbouwde ouderdomspensioen om te ruilen voor een hoger partnerpensioen. Dit kun je doen indien je graag wilt dat jouw partner na jouw overlijden wat meer inkomen krijgt. Jouw ouderdomspensioen wordt lager, maar je partner krijgt wel een hoger partnerpensioen als je bent overleden.

Je moet deze uitruil aanvragen minstens zes maanden voordat je met pensioen gaat of je deelnemerschap bij SPUN eindigt.

Als je eerder gescheiden bent, kun je geen uitruil aanvragen voor het deel van het ouderdomspensioen waaraan je ex-partner rechten ontleent.

Als je kiest voor uitruil van ouderdomspensioen voor partnerpensioen, mag het partnerpensioen na de uitruil maximaal 70% bedragen van het ouderdomspensioen dat overblijft.

Let op: dit is een eenmalige keuze! Als je eenmaal gekozen hebt om wel of niet te ruilen kan dit niet meer ongedaan worden gemaakt. Meer informatie over het ruilen van pensioen is te vinden in het pensioenreglement.

Als je met pensioen gaat, heb je eenmalig de keuze om het opgebouwde partnerpensioen geheel of gedeeltelijk om te ruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Als je op het moment dat je met pensioen gaat geen partner hebt, regelt SPUN dat automatisch voor je. Heb je wel een partner, dan moet je deze uitruil aanvragen minstens zes maanden voordat je met pensioen gaat. Je kunt dit doen als je partner bijvoorbeeld zelf een goed ouderdomspensioen hebt. Je partner moet het wel eens zijn met de uitruil en jullie moeten beiden beseffen dat je partner na de uitruil geen of minder partnerpensioen krijgt als je overlijdt.

Als je eerder gescheiden bent, kun je geen uitruil aanvragen voor het bijzonder partnerpensioen dat bestemd is voor je ex-partner.

Let op: dit is een eenmalige keuze! Als je eenmaal gekozen hebt om wel of niet te ruilen kan dit niet meer ongedaan worden gemaakt. Meer informatie over het ruilen van pensioen is te vinden in het pensioenreglement.

Deeltijdpensioen
Als je wel eerder dan op je 68ste jaar meer vrije tijd wilt, maar nog niet volledig wilt stoppen met werken, dan is deeltijdpensioen een interessante mogelijkheid. Je gaat dan voor een deel van je werktijd met pensioen. Voor het andere deel blijf je werken en voor dat deel blijf je pensioen opbouwen. Je totale pensioen wordt iets lager omdat je een deel eerder opneemt, maar de teruggang bij deeltijdpensioen is niet zo groot als bij vervroegd pensioen.
Je hebt bij URENCO en ETNL eenmalig de mogelijkheid om te kiezen voor deeltijdpensioen. Dit kan vanaf je 58ste jaar. Na je 66ste jaar kun je niet meer kiezen voor deeltijdpensioen. Je dient deeltijdpensioen zes maanden van tevoren aan te vragen. Je dient dan op te geven voor welk deel van je dienstverband met pensioen wilt gaan en voor welk deel je blijft werken. Je werkgever moet het met die keus eens zijn.


Pensioen vervroegen
Je kunt er voor kiezen om je pensioen eerder in te laten gaan dan op je 68ste jaar. Bij URENCO en ETNL kan dat vanaf je 58ste jaar. Dat betekent wel dat je ouderdomspensioen lager wordt. Hoe eerder je stopt hoe lager het pensioen wordt. Eerder met pensioen gaan heeft dus financiële gevolgen. De pensioenopbouw stopt eerder en het ouderdomspensioen wordt verlaagd. Je moet er ook rekening mee houden dat de AOW waarschijnlijk later ingaat dan je vervroegde ouderdomspensioen. Kijk op http://www.svb.nl om te zien wanneer voor jou de AOW ingaat.
Als je eerder met pensioen wilt gaan, moet je dat schriftelijk zes maanden voor de gewenste pensioendatum aan het pensioenfonds kenbaar maken. De keus die je dan maakt, is onherroepelijk.

Pensioen uitstellen
In plaats van met pensioen te gaan op je 68ste jaar kun je er voor kiezen om langer door te werken. Dat kan bij URENCO en ETNL tot uiterlijk je 70ste jaar. Als je dat wilt, kan het uitbetalen van het ouderdomspensioen worden uitgesteld totdat je echt met pensioen gaat. Als je later met pensioen gaat, wordt je opgebouwde ouderdomspensioen verhoogd. Als je langer doorwerkt, stopt je pensioenopbouw op je 68ste jaar. Uitstel van het pensioen is alleen mogelijk voor zover het dan verhoogde ouderdomspensioen nog binnen de fiscale grenzen valt. Uitstel van je pensionering moet je uiterlijk zes maanden voor je 68ste jaar aanvragen.

Meer informatie over de keuzemogelijkheden vind je in het pensioenreglement.

Je kunt de keuze maken om eerst een paar jaar een hoger ouderdomspensioen te ontvangen, en daarna een lager ouderdomspensioen. Vanaf dat tweede moment is je ouderdomspensioen lager dan het oorspronkelijk levenslange ouderdomspensioen.

Je kunt ook de keuze maken om eerst een paar jaar een lager ouderdomspensioen te ontvangen, en daarna een hoger ouderdomspensioen. Vanaf dat tweede moment heb je bij deze keuze een hoger ouderdomspensioen dan het oorspronkelijke levenslange ouderdomspensioen.

Bij deze uitruil mag de lagere uitkering niet minder dan 75% van de hogere uitkering bedragen. Je dient deze uitruil minstens zes maanden voor de gewenste pensioendatum aan te vragen.

Let op: dit is een eenmalige keuze! Als je hier eenmaal voor gekozen hebt, kan die niet meer ongedaan worden gemaakt. Meer informatie vind je in het pensioenreglement.

De pensioenregeling van URENCO en ETNL biedt je verschillende keuzemogelijkheden zoals deeltijdpensioen of eerder of later met pensioen gaan. Je kunt een deel van je ouderdomspensioen omwisselen voor een hoger partnerpensioen of omgekeerd je opgebouwde partnerpensioen geheel of gedeeltelijk omwisselen voor een hoger ouderdomspensioen. Verder kun je eerst een aantal jaren een hoger ouderdomspensioen krijgen en vervolgens levenslang een lagere uitkering of omgekeerd.

In de eerste laag van het pensioenoverzicht vind je deze mogelijkheden onder de kop ‘Welke keuzes heb je zelf’. Vervolgens kun je per onderwerp doorklikken naar meer informatie over deze keuzemogelijkheden.

Hoe zeker is je pensioen?

Uitkeringszekerheid risico

De opbouw en uitbetaling van pensioen gaan over een heel lange periode. Vanaf de start van de opbouw tot de laatste pensioenuitbetaling kan wel eens 80 jaar zitten. In zo’n periode verandert de wereld waardoor er risico’s kunnen ontstaan die je pensioen bedreigen. SPUN voert een beleid waarbij het alle mogelijke risico’s zo goed mogelijk in kaart probeert te brengen en die risico’s zo veel mogelijk probeert te beheersen. Toch kunnen er onverwachte, heftige ontwikkelingen zijn die mogelijk kunnen leiden tot een tekort zodat SPUN maatregelen moet treffen om dit tekort op te heffen. Ga voor meer informatie over die maatregelen naar tekort.

SPUN probeert dus voorbereid te zijn op de risico’s die je pensioen kunnen bedreigen. In het verleden is dat niet altijd goed gegaan. Bijvoorbeeld door de snelle stijging van de levensverwachting. Die stijging is namelijk groter dan de stijging waarmee we rekening hebben gehouden. Als deelnemers gemiddeld ouder worden, moet hun pensioen langer worden uitbetaald. SPUN moet dan meer geld hebben dan waar eerst op werd gerekend.

De rente beïnvloedt de waarde van pensioenen. Pensioenuitvoerders maken van tevoren een inschatting van het geld dat ze nodig hebben om de pensioenen te kunnen uitbetalen. Hoe lager de rente is, hoe meer geld SPUN ‘in kas’ moet hebben om later alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Als de rente langdurig laag blijft, maakt dat de pensioenen dus duurder.

Ook de beleggingsresultaten kunnen tegenvallen. Daarom zorgt SPUN ervoor dat de beleggingen gespreid worden over meerdere beleggingssoorten. Winst op een belegging kan verlies op een andere belegging goedmaken. Een pensioenuitvoerder kan beleggingsrisico’s ook afdekken. Daar zijn wel kosten aan verbonden. Klik hier voor meer informatie over het beleggingsbeleid van SPUN

Er zijn nog meer risico’s waar SPUN rekening mee moet houden om je pensioen zo goed mogelijk te beschermen. SPUN moet die risico’s dus letterlijk ‘managen’. Meer informatie over het risicomanagement van SPUN vind je in de jaarverslagen.

Vanaf 2015 moeten pensioenuitvoerders bij beleidsbeslissingen gebruikmaken van de zogenoemde beleidsdekkingsgraad. De beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds is onder meer van belang bij besluiten van het bestuur die gaan over de hoogte van de premie en het verlenen van indexatie. Ook is de beleidsdekkingsgraad een belangrijke graadmeter voor de vraag of het pensioenfonds genoodzaakt is de pensioenen te verlagen. Als de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds lager is dan 100% dan mag het pensioenfonds niet meewerken aan individuele waardeoverdrachten. De beleidsdekkingsgraad is een gemiddelde over twaalf maanden. Op de homepage vind je de meest recente beleidsdekkingsgraad. Je kunt daar ook doorklikken naar meer informatie over onze financiële situatie.

Welvaartsvast

Normaal gesproken wordt geld ieder jaar iets minder waard. Je kunt met hetzelfde bedrag iets minder kopen in 2018 dan in 2017. Dat heet ‘inflatie’. Vanwege die inflatie probeert SPUN het pensioen van de deelnemers in actieve dienst elk jaar mee te laten groeien met de stijging van de lonen. Dit heet indexatie (ook wel toeslagverlening genoemd). Als de groei van het pensioen de loonstijging bijhoudt, noemen we dat een welvaartsvast pensioen.

Op de pensioenaanspraken wordt jaarlijks een toeslag verleend van maximaal de hoogste algemene salarisverhoging volgens de van toepassing zijnde CAO bij ETNL dan wel de algemene salarisverhoging bij Urenco. Indexatie kan alleen als de financiële situatie van ons pensioenfonds goed genoeg is. Het bestuur beslist daarom jaarlijks of en in hoeverre de pensioenaanspraken worden aangepast.

Als het dus financieel tegenzit, kan het zo zijn dat SPUN niet of niet volledig kan indexeren. Dat betekent dan dat de koopkracht van je pensioenaanspraken minder wordt.

De afgelopen jaren hebben wij de pensioenen voor de actieve deelnemers zo geïndexeerd:

Jaar Gerealiseerde indexatie Ambitie volgens loonindex
2018 0,21% 2,26%
2017 0% 2,1%
2016 0% 2,3%
2015 1% 2,3%
2014 0% 3,4%
2013 0% 2,4%
2012 0% 2,3%
2011 0% 1,75%
2010 0% 3,5%

Meer informatie over het het indexatiebeleid vind je in het pensioenreglement.

Waardevast

Normaal gesproken wordt geld ieder jaar iets minder waard. Je kunt met hetzelfde bedrag iets minder kopen in 2018 dan in 2017. Dat heet ‘inflatie’. Vanwege die inflatie probeert SPUN het pensioen van de gepensioneerden, van de gewezen deelnemers en van deelnemers die geen premie hoeven te betalen in verband met arbeidsongeschiktheid elk jaar mee te laten groeien met de stijging van de prijzen. Dit heet indexatie (ook wel toeslagverlening genoemd). Als het pensioen meegroeit met de prijsstijging noemen we dat een waardevast pensioen.

Op de pensioenrechten van gepensioneerden en de pensioenaanspraken van gewezen deelnemers wordt jaarlijks een toeslag verleend van maximaal de relatieve stijging van het prijsindexcijfer. Indexatie kan alleen als de financiële situatie van ons pensioenfonds goed genoeg is. Het bestuur beslist daarom jaarlijks of en in hoeverre de pensioenrechten en aanspraken worden aangepast.

Als het dus financieel tegenzit, kan het zo zijn dat SPUN niet of niet volledig kan indexeren. Dat betekent dan dat de koopkracht van je pensioen minder wordt.

De afgelopen jaren hebben wij de pensioenen voor de gepensioneerden, gewezen deelnemers en deelnemers die geen premie hoeven te betalen in verband met arbeidsongeschiktheid zo geïndexeerd:

Jaar Gerealiseerde indexatie Ambitie volgens prijsindex
2018 0,13% 1,33%
2017 0% 0,4%
2016 0% 0,7%
2015 0,5% 1,1%
2014 0% 1,6%
2013 0% 2,9%
2012 0% 2,6%
2011 0% 1,6%
2010 0% 0,7%

Meer informatie over het indexatiebeleid vind je in het pensioenreglement.

Tekort

Het kan gebeuren dat SPUN ondanks alle voorzorgen toch geld tekort komt om op de lange termijn alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Dan moet er iets gebeuren. SPUN heeft de taak zo zorgvuldig mogelijk af te wegen wat de beste oplossing is: de premie verhogen, niet indexeren, het beleggingsbeleid aanpassen, de pensioenopbouw verlagen of een extra storting van de werkgevers vragen. Het bestuur kan ook kiezen voor een combinatie van maatregelen of nog andere keuzes maken. Alleen in het uiterste geval kan SPUN besluiten je opgebouwde pensioen of pensioenuitkering te verlagen.
Voor Stichting Pensioenfonds Urenco Nederland is er sinds 2015 een herstelplan van kracht waarin we aangeven welke maatregelen we nemen om het vermogen binnen 10 jaar weer op het vereiste niveau te brengen. In 2016 en in 2017 is het herstelplan geactualiseerd. Onder de knop ‘Actueel’ op de homepage vind je onder downloads meer informatie over het herstelplan. Naar verwachting zal SPUN ruim binnen de gestelde termijn het vermogen weer op het vereiste niveau hebben.

Meer informatie over de regels bij een tekort vind je in het pensioenreglement.

Welke kosten maken wij?

Kosten

SPUN maakt verschillende kosten om de pensioenregeling uit te voeren. Denk bijvoorbeeld aan kosten voor de administratie. Daar vallen de kosten voor de uitbetaling van de pensioenen en de incasso van de premies onder. Ook maken wij kosten voor de communicatie, bijvoorbeeld voor het maken en verzenden van het jaarlijkse Uniform Pensioenoverzicht (UPO), de SPUN Info en het bijhouden van de website.

Daarnaast zijn er kosten om het vermogen te beheren. Wij betalen bijvoorbeeld de partijen waaraan wij vragen om het vermogen te beleggen. Ook maken wij transactiekosten. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten die de beurs in rekening brengt bij de aankoop of verkoop van aandelen of obligaties.

In de jaarverslagen vind je informatie over financiële gang van zaken en dus ook de kosten van SPUN.

Wanneer moet je in actie komen?

Waardeoverdracht

Als je van werkgever verandert en daardoor naar een andere pensioenregeling gaat, kun je ervoor kiezen om je opgebouwde pensioen mee te nemen. We noemen dat waardeoverdracht. Dat vraag je aan je bij je nieuwe pensioenuitvoerder. Laat je hier vooraf goed over informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van je huidige en je nieuwe pensioenuitvoerder en van de inhoud van je oude en je nieuwe pensioenregeling. Als je besluit tot waardeoverdracht, geef dit dan aan bij je nieuwe pensioenuitvoerder.

Als je besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft je pensioen staan bij SPUN en wordt het vanaf je 68ste jaar aan je uitbetaald. Je betaalt geen premie meer aan SPUN en gaat verder met pensioen opbouwen in de regeling van je nieuwe werkgever.
Is je ouderdomspensioen kleiner dan € 474,11 (2018) per jaar als je uit dienst gaat? Dan kunnen wij je pensioen twee jaar later afkopen. Behalve als je het pensioen meeneemt naar een nieuwe werkgever.

Meer informatie over waardeoverdracht vind je in het pensioenreglement.

Arbeidsongeschiktheidspensioen

Als je langer dan twee jaar voor meer dan 35% arbeidsongeschikt bent, heb je bij SPUN recht op een arbeidsongeschiktheidspensioen als aanvulling op je WIA uitkering. Ook wordt je pensioenopbouw premievrij voortgezet voor het gedeelte dan je niet meer kunt werken.

Je hebt recht op het arbeidsongeschiktheidspensioen van SPUN vanaf het moment dat je WIA-uitkering ingaat. Het arbeidsongeschiktheidspensioen wordt uitbetaald tot het moment waarop je 68 jaar wordt of eerder als je weer volledig arbeidsgeschikt zou worden of zou overlijden.
Voor de hoogte van het arbeidsongeschiktheidspensioen is de WIA-loongrens bepalend. Die is voor 2018 een inkomen van € 54.616,86 per jaar.
Het arbeidsongeschiktheidspensioen bedraagt bij ingang van de uitkering bij volledige arbeidsongeschiktheid:
– bij een jaarsalaris dat lager is dan of gelijk is aan de WIA-loongrens: 10% van het jaarsalaris;
– bij een jaarsalaris dat hoger is dan de WIA-loongrens: het totaal van 10% van de WIA-loongrens plus 80% van het gedeelte van het jaarsalaris dat meer bedraagt dan de WIA-loongrens.

Als je gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent, is de uitkering van het arbeidsongeschiktheidspensioen afhankelijk van het percentage van je arbeidsongeschiktheid.
Het uitkeringspercentage wordt als volgt vastgesteld:

Bij een mate van arbeids-ongeschiktheid van bedraagt het uitkeringspercentage
0 tot 35% 0%
35 tot 45% 40%
45 tot 55% 50%
55 tot 65% 60%
65 tot 80% 72,5%
80% of meer/td> 100%

Als het percentage van je arbeidsongeschiktheid wijzigt, verandert ook de uitkering van je arbeidsongeschiktheidspensioen.

Voorzetting van pensioenopbouw tijdens arbeidsongeschiktheid
Ben je volledig arbeidsongeschikt, dan bouw je nog steeds pensioen op. Je hoeft hiervoor geen premie te betalen. Ben je gedeeltelijk, maar ten minste voor 35%, arbeidsongeschikt, dan wordt de pensioenopbouw voor het gedeelte dat je niet kunt werken premievrij voortgezet.

Het is belangrijk dat je de gevolgen van je arbeidsongeschiktheid voor je pensioen in kaart brengt. Je hoeft ons niet zelf te informeren over je arbeidsongeschiktheid. Dat gebeurt automatisch door het UWV.

Alle details over arbeidsongeschiktheid en pensioen vind je in het pensioenreglement.

Samenwonen trouwen

Je pensioenregeling voorziet in een partnerpensioen. Dat betekent dat je partner een uitkering van SPUN krijgt na je overlijden. Hoe hoog die uitkering is, hangt mede af van de leeftijd waarop je overlijdt, of je nog in dienst bent of niet. Je leest er meer over bij partnerpensioen.

Trouwen of registreerd partnerschap
Alleen de echtgeno(o)t(e) of wettelijk geregistreerde partner maakt zonder meer aanspraak op een partnerpensioen. Trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan is voor je pensioenregeling hetzelfde. Als je gaat trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaat, hoef je SPUN niet te informeren. We krijgen daar rechtstreeks bericht van via de Gemeentelijke Basis Administratie.

Samenwonen
Als je samenwoont zonder te trouwen of een geregistreerd partnerschap aan te gaan, kan je partner ook aanspraak maken op een partnerpensioen. Hiervoor moet je partner wel aangemeld worden bij de werkgever, die het aan SPUN doorgeeft. Je kunt dit doen door het overleggen van een notariële samenlevingsovereenkomst.

Kijk voor meer informatie in het pensioenreglement.

Scheiden

Wanneer jij en je partner besluiten uit elkaar te gaan is het belangrijk om ook naar je pensioen te kijken. Een scheiding kan namelijk grote gevolgen hebben voor je pensioen.

Bij huwelijk of geregistreerd partnerschap
Was je getrouwd of had je een geregistreerd partnerschap en ga je scheiden? Dan heeft je ex-partner recht op de helft van het ouderdomspensioen dat je tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap hebt opgebouwd. De verdeling van ouderdomspensioen heet ook wel verevening van het ouderdomspensioen. Je ex-partner heeft twee jaar de tijd om een verzoek tot verevening van het ouderdomspensioen in te dienen bij SPUN. Na deze twee jaar is SPUN niet meer verplicht om aan dit verzoek mee te werken en moet je zelf met je ex-partner de verdeling van het ouderdomspensioen regelen. Als je ex-partner het verzoek tot verevening op tijd heeft ingediend, krijgt hij of zij recht op het verevende deel van het ouderdomspensioen als jij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Als je partner ook werkt en pensioen opbouwt, heb je evenzo recht op de helft van het tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap opgebouwde ouderdomspensioen.

Naast de helft van het opgebouwde ouderdomspensioen, heeft je ex-partner ook recht op het partnerpensioen dat tot de datum van het eind van het huwelijk of geregistreerd partnerschap  is opgebouwd. Als je niet meer in dienst bent van Urenco of ETC Nederland, heeft je ex-partner recht op het partnerpensioen dat je had opgebouwd tot het moment van je uitdiensttreding. Het wordt levenslang uitgekeerd aan je ex-partner na jouw overlijden.

Bij samenwonen
Woonde je samen op basis van een samenlevingscontract? Dan heeft het einde van je relatie geen gevolgen voor je ouderdomspensioen maar wel voor het partnerpensioen. Je ex-partner heeft dan recht op het partnerpensioen dat je hebt opgebouwd tot het eind van je relatie. Als je SPUN op de hoogte stelt van het eind van je relatie, zorgt SPUN ervoor dat je ex-partner een aanspraak krijgt op dit partnerpensioen. Dit noemen we een bijzonder partnerpensioen. Het wordt levenslang uitgekeerd aan je ex-partner na jouw overlijden.

Jij en je ex-partner kunnen besluiten andere afspraken te maken over de verdeling van het pensioen. Die afspraken dienen dan te worden vastgelegd in een scheidingsconvenant.

Alle regels over pensioen en scheiding vind je in het pensioenreglement.

Buitenland

Binnen Nederland
Als je verhuist binnen Nederland hoef je niets door te geven aan SPUN omdat dit automatisch gebeurt. Let op, je moet dit wel altijd doorgeven aan je werkgever.

Buiten Nederland
Woon je in het buitenland en ga je verhuizen of verhuis je naar het buitenland geef een adreswijziging dan altijd door aan SPUN en je werkgever.
Een vertrek naar het buitenland kan ook gevolgen hebben voor de hoogte van je AOW. Kijk daarvoor op www.svb.nl.

Werkloos

Als je werkloos wordt, stopt de pensioenopbouw. Je houdt wel recht op aanspraken op ouderdomspensioen, partner- en wezenpensioen die je tot het moment van je ontslag hebt opgebouwd. Het is belangrijk dat je de gevolgen van je werkloosheid voor je pensioen voor jezelf in kaart brengt. Je hoeft ons niet zelf te informeren over je werkloosheid. Dat gebeurt automatisch door het UWV.

Als je fulltime werkt en je minder gaat werken, heeft dat gevolgen voor je pensioenbouw. Dat is ook het geval als je nu parttime werkt en meer uren gaat werken. Ga je bijvoorbeeld van een fulltime dienstverband naar een dienstverband van 50%, dan wordt je pensioenopbouw ook 50% van wat je op basis van een fulltime dienstverband zou opbouwen. Werkte je eerst voor 40% en ga je later 80% werken, dan gaat de deeltijdfactor van je pensioenopbouw omhoog van 40% naar 80%. Als je minder gaat werken, moet je je er dus goed van bewust zijn dat je dan minder pensioen opbouwt dan eerst.

Als je minder gaat werken in het kader van deeltijdpensioen gelden er andere regels. Ga daarvoor naar de specifieke tekst over Deeltijdpensioen.

Als je meer of minder gaat werken

Als je tussentijds ouderschapsverlof, sabbatsverlof of studieverlof opneemt gedurende een periode van niet langer dan een jaar, gaat je pensioenopbouw gewoon door. Je moet dan wel jouw deel van de pensioenpremie blijven betalen. Neem je onbetaald verlof voor een periode van langer dan een jaar, dan heeft dit wel gevolgen voor je pensioenopbouw. Tot een periode van onbetaald verlof van maximaal 18 maanden zijn er geen gevolgen voor je aanspraak op levenslang en tijdelijk partnerpensioen. De precieze regels over onbetaald verlof en pensioenopbouw vind je in het pensioenreglement.


Mijnpensioenoverzicht

De website www.mijnpensioenoverzicht.nl is een gezamenlijk initiatief van alle pensioenuitvoerders en de overheid. Op die website vind je niet alleen de meeste actuele gegevens van je pensioen bij SPUN, maar ook van je opgebouwde pensioenaanspraken bij al je vorige werkgevers en de AOW. Je hebt daar dus je complete pensioenplaatje zowel in bruto- als in netto bedragen in één overzicht. Om te kunnen inloggen heb je een DigiD nodig. Dit is een digitale identiteitscode die je kunt aanvragen via de website www.digid.nl.

Het is verstandig om minstens één keer per jaar in te loggen op www.mijnpensioenoverzicht.nl  om te zien hoe je pensioen ervoor staat. Voldoen de cijfers die je daar ziet aan je wensen en verwachtingen of niet? In dat laatste geval kun je daar misschien zelf nog iets aan doen door bijvoorbeeld extra te sparen voor je oudedag. In de komende jaren wordt www.mijnpensioenoverzicht.nl uitgebreid met meer informatie over keuzes rond je pensioen. Het is dus goed als je de weg naar deze belangrijke website weet te vinden.

keuze

De pensioenregeling van Urenco/ETNL biedt je verschillende keuzemogelijkheden zoals deeltijdpensioen of eerder of later met pensioen gaan. Je kunt een deel van je ouderdomspensioen omwisselen voor een hoger partnerpensioen of omgekeerd je opgebouwde partnerpensioen geheel of gedeeltelijk omwisselen voor een hoger ouderdomspensioen. Verder kun je eerst een aantal jaren een hoger ouderdomspensioen krijgen en vervolgens levenslang een lagere uitkering of omgekeerd.

In de eerste laag van het pensioenoverzicht vind je deze mogelijkheden onder de kop ‘Welke keuzes heb je zelf’. Vervolgens kun je per onderwerp doorklikken naar meer informatie over deze keuzemogelijkheden.

vragen

Neem contact met ons op als je vragen hebt of gebruik maakt van de actie- en/of keuzemomenten.

Voor medewerkers in actieve dienst van URENCO

Eddy Oude Elferink
Tel: 0546 545 255
E-mail: eddy.oudeelferink@urenco.com

Voor medewerkers in actieve dienst van ETNL

Jos Mekkelholt
Tel: 0546 545 672
E-mail: jos.mekkelholt@nl.enritec.com

Voor  gewezen deelnemers en pensioengerechtigden

AZL
Postbus 4471
6401 CZ HEERLEN
Tel: 088 116 3018
E-mail: spun@azl.eu

Het postadres van het pensioenfonds is

Stichting Pensioenfonds Urenco Nederland
Postbus 158
7600 AD Almelo

Meer weten over je pensioen? Klik op de iconen of op ‘meer informatie’ om naar meer informatie over de betreffende onderwerpen te gaan. Benieuwd naar je totale pensioen? Kijk op www.mijnpensioenoverzicht.nl.